ECLI:NL:RBAMS:2024:1995
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen dwangsom wegens tijdige beslissing op bezwaar huishoudelijke hulp
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam over de toekenning van huishoudelijke hulp. Zij stelde dat het college niet tijdig had beslist, waardoor volgens haar een dwangsom was verbeurd.
De rechtbank stelde vast dat het college op 30 december 2022 een beslissing op bezwaar had genomen waarin op alle wezenlijke onderdelen van het bezwaarschrift was beslist. Hoewel in die beslissing werd vermeld dat er nog een nadere beschikking zou volgen, was de bezwaarprocedure feitelijk afgerond. De nadere beslissing van 2 februari 2023 betrof slechts een specificatie van de periode van de huishoudelijke hulp en bevatte geen nieuwe beoordeling van de bezwaargronden.
De rechtbank concludeerde dat het college binnen de wettelijke termijn had beslist en daarom geen dwangsom verschuldigd was. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en zij kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat het college tijdig heeft beslist, zodat geen dwangsom is verbeurd.