ECLI:NL:RBAMS:2024:2079

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 april 2024
Publicatiedatum
11 april 2024
Zaaknummer
13-076633-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 tweede lid OLW
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak aanhouding behandeling Europees aanhoudingsbevel wegens verzamelvonnisprocedure in Polen

De rechtbank Amsterdam heeft op 11 april 2024 een tussenuitspraak gedaan in de zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. Het EAB betreft de aanhouding en overlevering van een opgeëiste persoon voor de uitvoering van drie vrijheidsstraffen opgelegd door Poolse rechtbanken.

Tijdens de zitting van 28 maart 2024 heeft de raadsman van de opgeëiste persoon verzocht om aanhouding van de behandeling, omdat in Polen een procedure loopt over het wijzen van een verzamelvonnis waarin de drie vonnissen uit de verschillende EAB’s worden betrokken. Deze procedure wordt op 21 april 2024 voortgezet. De officier van justitie verzette zich tegen aanhouding vanwege de lopende signalering en onzekerheid over de uitkomst.

De rechtbank heeft het verzoek tot aanhouding toegewezen en de overleveringsdetentie geschorst. De behandeling wordt hervat uiterlijk 14 dagen voor 5 juni 2024, het einde van de beslistermijn. De rechtbank beveelt tevens de oproeping van de opgeëiste persoon en een Poolse tolk voor de nieuwe zitting. Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: Behandeling Europees aanhoudingsbevel aangehouden en overleveringsdetentie geschorst in afwachting van Poolse verzamelvonnisprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-076633-24 (EAB III)
Datum uitspraak: 11 april 2024
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 7 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 februari 2024 door
the Regional Court in Lublin, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 maart 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. S.J. Römer, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt het volgende:
judgment of the District Court (Sąd Rejonowy) in Chelm of the date 3rd August 2021, met referentie VII K 912/20;
judgment of the District Court (Sąd Rejonowy) in Chelm of the date 8th November 2021, met referentie VII K 7/21;
judgment of the District Court (Sąd Rejonowy) in Chelm of the date 28th December 2021, met referentie VII K 77220.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven maanden (VII K 912/20), acht maanden (VII K 7/21) en 8 maanden (VII K 772/20), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [2]
Aanhoudingsverzoek door de raadsman
Door de raadsman is correspondentie met de advocaat van de opgeëiste persoon in Polen overgelegd, inhoudende een verzoek dat bij de Poolse autoriteiten is ingediend, dat zou kunnen leiden tot het vervallen van de grondslag en de intrekking van het onderhavige EAB. De opgeëiste persoon heeft in Polen een verzoek tot het wijzen van een verzamelvonnis gedaan. Dit verzoek is op 25 maart 2024 op zitting behandeld. Op deze zitting is de behandeling van het verzoek in Polen aangehouden, omdat sinds het indienen van het verzoek tot het wijzen van een verzamelvonnis met betrekking tot vonnissen genoemd in twee eerdere EAB’s (13-001029-24 en 13/058328-24) die tegen de opgeëiste persoon zijn uitgevaardigd, inmiddels een verzoek is gedaan tot het betrekken in het verzamelvonnis van de vonnissen genoemd in een derde, zijnde onderhavig, EAB (13/076633-24) dat tegen de opgeëiste persoon is uitgevaardigd. Uit het verhandelde op zitting is gebleken dat het nieuwe verzoek tot het wijzen van een verzamelvonnis ten aanzien van de vonnissen die zijn genoemd in voornoemde drie EAB’s, in Polen zal worden behandeld op 21 april 2024. De raadsman heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, om de uitkomst van de procedure af te wachten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich verzet tegen aanhouding van de behandeling. De opgeëiste persoon staat nog steeds gesignaleerd en een toewijzing van het verzoek in Polen betreft een onzekere toekomstige gebeurtenis.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak toe, om de uitkomst van de procedure in Polen af te wachten. De overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon is geschorst en de uitkomst van de behandeling van de zaak in Polen wordt in ieder geval verwacht binnen de beslistermijn van onderhavig EAB.

4.Beslissing

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek ter zitting tot een nader te bepalen zittingsdatum
en -tijd.
HOUDT AANde beslissing over de overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Zamość the Second Criminal Division, Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEPAALTdat de behandeling van de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland uiterlijk 14 dagen voor5 juni 2024, het einde van de te verlengen beslistermijn.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en
tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
BEVEELTde oproeping van een tolk voor de Poolse taal tegen een nader te bepalen dag en tijdstip.
Deze tussenuitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 april 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.