Op 20 december 2023 pleegden verdachte en medeverdachte een woninginbraak aan een adres te Ouderkerk aan den Amstel, waarbij onder meer een metalen kistje met papieren en een gouden trouwring werden weggenomen. Getuigen zagen verdachte en medeverdachte in de woning en in een grijze Volkswagen, die later door de politie werd gecontroleerd. In de woning werd een schroevendraaier aangetroffen met DNA-sporen van verdachte en medeverdachte.
De verdediging voerde aan dat er geen braakschade was en dat niet kon worden bewezen dat verdachte daadwerkelijk de woning was binnengedrongen, mede vanwege de aanwezigheid van meerdere DNA-profielen op het gereedschap. De rechtbank oordeelde echter dat er voldoende bewijs was, waaronder getuigenverklaringen, de vondst van gele werkhandschoenen en petten in de auto, en het DNA-onderzoek, om te concluderen dat verdachte en medeverdachte de woning via inklimming waren binnengekomen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met medeverdachte de diefstal had gepleegd en verwierp het verweer van de verdediging. Gezien de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en het recidivekarakter van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden op, met aftrek van voorarrest.