Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechterkort geding
de besloten vennootschap H&L Vastgoed B.V.
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
,aan de hand van pleitnotities toegelicht. Daarna is vonnis bepaald.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een executiegeschil waarbij de curator van een gefailleerde huurder betwist dat het ontruimingsvonnis ten uitvoer kan worden gelegd omdat het faillissementsprocesrecht van artikel 28 FW Pro niet zou zijn nageleefd. De huurder huurde sinds 2013 bedrijfsruimte van H&L Vastgoed, die de huur had opgezegd en ontruiming had gevorderd. De huurder werd failliet verklaard, waarna de curator werd benoemd.
De curator stelde dat hij niet correct was opgeroepen en dat het vonnis niet ten laste van de boedel kon worden uitgevoerd. De kantonrechter oordeelde echter dat de curator wel degelijk was opgeroepen en dat zijn afwezigheid en het niet instellen van hoger beroep betekenen dat het vonnis rechtskracht heeft tegenover de boedel. Er is geen sprake van een kennelijke juridische of feitelijke misslag.
De curator voerde verder aan dat het vonnis de werking van artikel 39 FW Pro miskent, maar de rechtbank stelde dat een ontruimingsverplichting jegens de curator niet vereist is om ontruiming te gelasten. De curator mocht geen executiegeschil gebruiken als verkapt hoger beroep. De vordering tot schorsing en het verbod op executie werden afgewezen. Ook de voorwaardelijke eis in reconventie werd afgewezen. De curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.