De zaak betreft een geschil tussen eiser en Dexia Nederland B.V. over een effectenleaseovereenkomst (overeenkomst I). Eiser stelde dat hij ten tijde van het aangaan van de overeenkomst gehuwd was met zijn echtgenote, hetgeen relevant was voor de rechtsgeldigheid van de overeenkomst.
Eiser heeft bewijs geleverd door middel van een uittreksel uit de Basisregistratie Niet-Ingezetenen, zijn testament en trouwakte, waaruit blijkt dat hij op het moment van het sluiten van de overeenkomst gehuwd was. Dexia heeft hier niet op gereageerd. De kantonrechter acht dit bewijs voldoende en vernietigt de effectenleaseovereenkomst.
Vervolgens wordt Dexia veroordeeld tot betaling aan eiser van het bedrag zoals berekend in het tussenvonnis van 2 november 2023, inclusief wettelijke rente. Dexia wordt ook veroordeeld in de proceskosten van eiser. Ten aanzien van de vorderingen van Dexia wordt verklaard dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer verschuldigd is, met proceskostencompensatie zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.