Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:2362

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2024
Publicatiedatum
26 april 2024
Zaaknummer
C/13/747793 FT RK 24/257
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 383 FwArt. 378 lid 6 FwArt. 383 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige in WHOA-akkoordprocedure inzake mogelijke fiscale misbruik

In deze zaak heeft de rechtbank Amsterdam op 23 april 2024 een tussenvonnis gewezen in een WHOA-procedure buiten faillissement van een besloten vennootschap. Het verzoek betrof de homologatie van een akkoord en de benoeming van een deskundige ex artikel 383 jo Pro 378 lid 6 Faillissementswet. De rechtbank had eerder op 11 april 2024 het voornemen uitgesproken om een deskundige te benoemen en gaf de verzoeker de gelegenheid zich uit te laten over de vraagstelling en de persoon van de deskundige.

De verzoeker heeft geen wijzigingen voorgesteld op de vraagstelling en twee mogelijke deskundigen voorgedragen, inclusief offertes en curricula vitae. De rechtbank heeft vervolgens prof. mr. A.J. Tekstra benoemd als deskundige. De centrale vraag die de deskundige moet beantwoorden betreft de vraag of de gekozen vormgeving van het akkoord, mede ingegeven door de wens belastingdruk te vermijden, kan worden aangemerkt als strijdig met fiscale wet- en regelgeving, oftewel of sprake is van onrechtmatige belastingontwijking of misbruik van recht.

De rechtbank heeft de procedurele voorwaarden vastgesteld waaronder de deskundige zijn onderzoek moet uitvoeren, waaronder de termijn van twee weken voor beantwoording, de kostenregeling en de verplichting voor de verzoeker om medewerking te verlenen. Na ontvangst van het deskundigenrapport kan de verzoeker schriftelijk reageren waarna de rechtbank een datum zal bepalen voor verdere behandeling of eindvonnis. Alle verdere beslissingen worden aangehouden tot nadere beoordeling.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een deskundige om te onderzoeken of het WHOA-akkoord onrechtmatige belastingontwijking of misbruik van recht inhoudt en stelt de procedurele voorwaarden vast.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Team Insolventie – meervoudige kamer
Benoeming deskundige ex artikel 383 jo Pro 378 lid 6 Fw
zaak-/rekestnummer: C/13/747793 / FT RK 24/257
uitspraakdatum: 23 april 2024
Tussenvonnis op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) in de openbare akkoordprocedure buiten faillissement van:
de besloten vennootschap
[verzoeker] B.V.,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] ,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaten: mrs. G.J.L. Bergervoet, E.J.R. Verwey, S. Klinkhamer en A.C. Frentz.

1.De procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 11 april 2024 heeft de rechtbank het voornemen geuit over te gaan tot benoeming van een deskundige. [verzoeker] is daarop in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraagstelling aan, en de persoon van, de deskundige.
1.2.
Bij e-mailbericht met bijlagen van 18 april 2024 heeft [verzoeker] te kennen gegeven geen wijzigingen te beogen op de door de rechtbank geformuleerde vraagstelling. Verder heeft [verzoeker] een tweetal mogelijk te benoemen deskundigen voorgedragen en de rechtbank voorzien van offertes en curricula vitae.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank heeft in haar tussenvonnis onder 5.4 tot en met 5.8 uiteengezet welke overwegingen tot het genoemde voornemen hebben geleid en een aan de deskundige voor te leggen vraag geformuleerd. [verzoeker] heeft te kennen gegeven zich in de vraagstelling te kunnen vinden.
2.2.
De rechtbank wenst de volgende vraag beantwoord te zien:
- Moet de keuze voor de manier waarop het akkoord is vormgegeven, welke keuze blijkens de toelichting daarop is ingegeven (mede) door de wens mogelijke belastingdruk te voorkomen, als strijdig met doel en strekking van fiscale wet- en regelgeving worden aangemerkt in die zin dat sprake is van onrechtmatige belastingontwijking en/of levert dit
fraus legis(misbruik van recht) op?
2.3.
[verzoeker] heeft een tweetal personen voorgedragen die, als ter zake deskundigen, bereid en in staat worden geacht voormelde vraag te beantwoorden. De rechtbank ziet aanleiding de hierna te noemen persoon als deskundige te benoemen. De kosten van de deskundige zullen vooralsnog worden vastgesteld op het in diens offerte van 18 april 2024 begrote bedrag, tegen welk bedrag [verzoeker] geen bezwaren heeft geuit.

3.Beslissing

De rechtbank
3.1.
benoemt tot deskundige:
- de heer prof. mr. A.J. Tekstra
[bedrijf]
[adres]
;
3.2.
beveelt de deskundige binnen
twee wekenna dit vonnis een antwoord te formuleren op de onder 2.2 gestelde vraag. Indien nodig kan de deskundige om verlenging van deze termijn verzoeken;
3.3.
bepaalt verder dat:
- de door de deskundige te maken kosten voor rekening komen van [verzoeker] ,
- de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige wordt vastgesteld op het door hem begrote bedrag als vermeld in diens offerte van 18 april 2024,
- de deskundige het onderzoek pas na ontvangst van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden blijkt dat het voorschot niet toereikend is;
3.4.
bepaalt dat [verzoeker] nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dient te verstrekken indien deze daarom verzoekt en de deskundige ook voor het overige gelegenheid geeft tot het verrichten van het onderzoek,
3.5.
bepaalt dat [verzoeker] binnen een week na ontvangst van het antwoord van de deskundige schriftelijk daarop zal kunnen reageren. De rechtbank zal, afhankelijk van de reactie van [verzoeker] , daarna een datum bepalen voor een nieuwe behandeling of voor (eind)vonnis.
3.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.M. van Hassel, voorzitter, mr. F. Damsteegt en
mr. P.J. Neijt, rechters, en in aanwezigheid van mr. F. de Greef, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2024.