Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
5.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
6.Beslissing
vrij.
mr. A.E. van Montfrans, voorzitter tevens kinderrechter,
Rechtbank Amsterdam
Op 22 juni 2022 werd een beroving gepleegd waarbij een horloge en een tas onder bedreiging met een vuurwapen werden weggenomen. Verdachte, een minderjarige, werd door meerdere personen herkend op videobeelden als een van de daders. Deze herkenningen kwamen van een begeleider, docenten, een verbalisant en een anonieme getuige.
De officier van justitie stelde dat deze herkenningen, samen met de videobeelden en het feit dat verdachte onjuiste verklaringen gaf over zijn verblijfplaats, voldoende bewijs vormden voor betrokkenheid. Verdachte ontkende echter elke betrokkenheid en verklaarde zich niet te herkennen op de beelden.
De rechtbank overwoog dat herkenningen voorzichtig moeten worden beoordeeld, vooral als deze het voornaamste bewijs vormen. De kwaliteit van de beelden en de zichtbaarheid van onderscheidende kenmerken waren onvoldoende specifiek. Daarnaast waren sommige herkenningen niet verifieerbaar omdat getuigen niet waren gehoord. Daarom vond de rechtbank de herkenningen onvoldoende betrouwbaar om tot een bewezenverklaring te komen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs ondanks meerdere herkenningen.