Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Amtsgericht Aachen, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Amtsgericht Aachenvan 6 juni 2016, met dossiernummer 334 Ls 34/15 in de versie van het vonnis van het
Landgericht Aachenvan 22 maart 2019, met dossiernummer 72 Ns 58/17.
Amtsgericht Aachenals bij het proces dat heeft geleid tot de beslissing in hoger beroep van het
Landgericht Aachen.
Landgericht Bonnis de opschorting herroepen. Uit de aanvullende informatie van 12 maart 2024 blijkt dat de reden voor de herroeping was gelegen in de veroordeling van de opgeëiste persoon voor een nieuw strafbaar feit bij vonnis van 23 juni 2021 van het
Amtsgericht Aachen. De opgeëiste persoon is in persoon verschenen op de zitting die heeft geleid tot de veroordeling voor dit ‘triggerende’ feit. [3]
4.Strafbaarheid
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
- de vervolging is in Duitsland aangevangen;
- het bewijs bevindt zich in Duitsland;
- de Duitse autoriteiten hebben de wens tot vervolging geuit middels uitvaardiging van het EAB;
- het Nederlandse Openbaar Ministerie is niet voornemens de opgeëiste persoon voor deze feiten te vervolgen.
- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;
- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is dat wordt voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Aachen,Duitsland. voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.