De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 mei 2024 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Aachen. De opgeëiste persoon, geboren in Duitsland in 1981 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, is gedetineerd in een Nederlandse inrichting. De behandeling vond plaats op 17 april 2024, waarbij de opgeëiste persoon afstand deed van zijn recht om aanwezig te zijn.
De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en bevestigde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen. Het EAB betreft een vonnis van 23 juni 2021 waarbij een vrijheidsstraf van een jaar en vier maanden is opgelegd wegens illegale handel in verdovende middelen, een zogenaamd lijstfeit onder de Overleveringswet.
De rechtbank concludeerde dat er geen weigeringsgronden zijn en dat de strafbaarheid van het feit volgens Duits recht overeenkomt met de Nederlandse lijst van strafbare feiten, waardoor de overlevering zonder nadere toetsing aan dubbele strafbaarheid kan worden toegestaan. De overlevering werd daarom toegestaan zonder dat tegen deze uitspraak een gewoon rechtsmiddel openstaat.