ECLI:NL:RBAMS:2024:2614
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering IOAW-uitkering op grond van de Participatiewet
Eiser ontving van april 2020 tot juni 2022 een IOAW-uitkering. Het college herzag de uitkering over mei 2022 en vorderde €1.250,11 terug omdat eiser in die maand ook inkomsten had uit eigen werkzaamheden. Eiser betwistte dat de uitkering voor mei 2022 al in mei werd betaald en stelde dat de inkomsten in mei met de uitkering van juni verrekend hadden moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende heeft aangetoond dat de uitkering steeds achteraf, rond de 25e van de maand, werd uitbetaald, waardoor geen uitkering over mei 2022 in juni 2022 is betaald. Eiser kon daarom niet meer met de uitkering van juni verrekenen. Daarnaast stelde eiser dat hij feitelijk een maand geen inkomsten had en beriep zich op dringende redenen om terugvordering te voorkomen.
De rechtbank stelde dat financiële problemen door het missen van een maand inkomsten geen dringende reden vormen die kwijtschelding rechtvaardigen. De terugvordering is daarmee terecht en het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van €1.250,11 IOAW-uitkering is ongegrond verklaard.