ECLI:NL:RBAMS:2024:2696

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 april 2024
Publicatiedatum
10 mei 2024
Zaaknummer
13/117287-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor uitbreiding vervolging op grond van artikel 14 Overleveringswet

De rechtbank Amsterdam heeft op 17 april 2024 een verzoek van de Duitse autoriteiten behandeld om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon. Dit verzoek is ingediend op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet en betreft feiten die vóór de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet oorspronkelijk is overgeleverd.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de overgeleverde persoon op 26 februari 2024 in het bijzijn van zijn raadsman is gehoord door de onderzoeksrechter in Duitsland, waarbij hij de mogelijkheid had om zijn opmerkingen en bezwaren kenbaar te maken. De rechtbank concludeert dat de stukken toereikend zijn en dat de rechten van verdediging volledig zijn gerespecteerd.

Op basis van deze beoordeling heeft de rechtbank besloten het verzoek tot uitbreiding van de vervolging toe te wijzen. De beslissing is genomen door drie rechters in aanwezigheid van griffiers, waarbij ook relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is betrokken.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor uitbreiding van de vervolging van de overgeleverde persoon.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer 13/117287-24
Datum beslissing: 17 april 2024
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 9 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek, dat is ingediend door de
Oberstaatsanwalt Dresdenop 3 april 2024 en is vergezeld van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door het
Amtsgericht Dresden(Duitsland) op 3 april 2024, betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Turkije),
thans gedetineerd in Duitsland,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De overgeleverde persoon is op 26 februari 2024, in het bijzijn van zijn raadsman, gehoord door de onderzoeksrechter bij het
Amtsgericht Dresden.
Uit het betreffende proces-verbaal leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken. [1]
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van
[opgeëiste persoon]
voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 17 april 2024 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mr. H.J. Bos en mr. A.L. op ‘t Hoog rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffiers,

Voetnoten

1.HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.