AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming voor tenuitvoerlegging van straffen na Europese overlevering uit Hongarije
De rechtbank Amsterdam heeft op 7 mei 2024 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot het verlenen van toestemming voor de tenuitvoerlegging van straffen die zijn opgelegd in Hongarije voor feiten gepleegd vóór de overlevering van de betrokkene. Het verzoek is gebaseerd op artikel 14 vanPro de Overleveringswet en betreft een persoon die op 23 augustus 2022 door Nederland aan Hongarije is overgeleverd.
De overgeleverde persoon is op 23 augustus 2022 en 25 oktober 2023 gehoord door de rechtbank en heeft bij beide verhoren uitdrukkelijk afstand gedaan van het recht op bijstand van een advocaat. Tijdens deze verhoren is de overgeleverde persoon geïnformeerd over de specialiteitsregel en heeft hij verklaard deze te begrijpen en niet te willen afzien van de bescherming die deze regel biedt.
De rechtbank concludeert dat de overgeleverde persoon voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn opmerkingen en bezwaren kenbaar te maken en dat de stukken toereikend zijn om een beslissing te nemen met volledige eerbiediging van zijn verdedigingsrechten. Gezien het feit dat het verzoek betrekking heeft op feiten waarvoor overlevering krachtens de Overleveringswet had kunnen worden toegestaan, wijst de rechtbank het verzoek toe en verleent toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straffen.
Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor de tenuitvoerlegging van de in Hongarije opgelegde straffen voor feiten gepleegd vóór overlevering.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/144258-23
Datum beslissing: 7 mei 2024
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 15 juni 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van straffen die zijn opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door the Budapest Regional Court – Office for Law Enforcement(Hongarije) op 16 november 2022 en betreft:
[overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] (Hongarije),
thans gedetineerd in Hongarije,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1.Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ.
De overgeleverde persoon is op 23 augustus 2022 en 25 oktober 2023 door respectievelijk the Budapest Municipal Courten the Budapest Regional Court, over dit verzoek gehoord. De overgeleverde persoon heeft uitdrukkelijk afstand gedaan van zijn recht om bij deze verhoren te worden bijgestaan door een advocaat.
De samengevatte vertaling van het proces-verbaal van verhoor van 23 augustus 2022 (8.Bv.2887/2022/4) houdt onder meer in:
“The presiding judge informed the convict that they had been surrendered to the Hungarian authorities by the Netherlands authorities on the basis of European arrest warrant issued by the Penal Institution of Budapest on February 26, 2020.
However, the following decisions were still to be enforced:
1)10 monthsimprisonment pursuant to Decision no. 12.B. 348/2014/26 of the Budaörsi Járóbiróság [Budaörs District Court] and Decision no. 14.Bf.503/2016/31 of Budapest Kömyéki Törvényszék [Budapest Environs Regional Court], as second instance court;
2)1 year and 4 months imprisonmentpursuant to Decision no. 17.B.260/2017/27 Of Budaörsi Járóbiróság [Budaörs District Court] and Decision no. 9.Bf. 11/2019/11. Of Budapest Kömyéki Törvényszék [Budapest Environs Regional Court], as second instance court;
3)1 year imprisonmentpursuant to Decision no. 8.B.752/2008/20 of Budakömyéki Biróság
[Buda Environs District Court], the enforcement of which was prescribed by Decision no. 12.B. 348/2014/26 of Budakömyéki Járásbiróság [Budapest Environs Regional Court] and Decision no. 14.BT. 503/2016/31 of Budapest Kömyéki Törvényszék [Budapest Environs Regional Court], as second instance court.
The presiding judgeinformed the convict about the concept of the specialty rule, its international legal aspects and the regulations related to its application.
Convict:The convict claimed to have understood the information and the rules of the specialty rule. The convict claimed that they did not wish to use a defense attorney during the recording of the statement. Having understood the consequences, the convict voluntarily declared, that they do not waive the protection granted by the specialty rule.”
De samengevatte vertaling van het proces-verbaal van verhoor van 25 oktober 2023 houdt onder meer in:
“The Enforcing Judge informed the Convict that the lgazságügyi Minisztérium Nemzetközi Büntetójogi Osztálya (Department of International Crimina! Law of the Ministry of Justice) had requested that the Court amend Court minutes no. 8.Bv.2887/2022/4 recorded on 23.08.2022 by the Enforcing Judge of the Fóvárosi Törvényszék (Court of Budapest).
Response of the Convict to the question of the Enforcing Judge:
I do not request a defense attorney in the proceedings. I am familiar with the rule of speciality and I do not wish to waive my right to speciality. (...) There is nothing else I would like to say related to the matter at hand.”
Uit deze processen-verbaal leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken. [1]
De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
2.Beslissing
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor tenuitvoerlegging van de straffen van [overgeleverde persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 7 mei 2024 door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en A.B. Sluijs, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden en A.Q.L. van der Meulen, griffiers.
Voetnoten
1.HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/2 1 PPU en C-429/2 1 PPU, ECLI:EU:C:202 1:876, punt 63.