ECLI:NL:RBAMS:2024:2915
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning hotel wegens ernstig gevaar strafbare feiten
Verzoekster, eigenaar van twee hotels die als één entiteit worden geëxploiteerd, vroeg een voorlopige voorziening tegen de weigering van een exploitatievergunning voor hotel [hotel 1]. Deze weigering volgde op een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) dat er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, mede vanwege de betrokkenheid van [naam 1], voormalig leidinggevende en zoon van verzoekster, die werd aangehouden voor overtreding van de Opiumwet.
De voorzieningenrechter overwoog dat er een zakelijk samenwerkingsverband bestaat tussen verzoekster en [naam 1], ondanks beëindiging van diens arbeidsovereenkomst, en dat dit samenwerkingsverband een ernstig gevaar oplevert voor de toekomst. De aard van de branche en eerdere incidenten bij het hotel ondersteunen dit oordeel.
Verzoekster stelde dat het samenwerkingsverband was verbroken en dat de exploitatie transparant en volgens de regels verliep, maar de voorzieningenrechter vond dat verweerder terecht aannam dat de bedrijfsvoering onvoldoende gescheiden was en dat [naam 1] indirect voordeel genoot van de exploitatie.
Gelet op de belangenafweging en het ontbreken van een minder zwaar middel, concludeerde de voorzieningenrechter dat het primaire besluit naar verwachting stand zal houden en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de exploitatievergunning voor hotel [hotel 1] wordt afgewezen.