Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de besloten vennootschap H & J Schipper B.V.
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de conclusie van antwoord, tevens van eis in reconventie, met producties;
- het instructievonnis 10 februari 2023 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- akte vermindering van eis in conventie, tevens van conclusie van dupliek in reconventie, met productie;
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“
Huurprijswijziging5.1 De huurprijs kan op voorstel van de verhuurder voor het eerst per 1 juli 2009 en vervolgens jaarlijks worden gewijzigd met een percentage dat maximaal gelijk is aan het op de ingangsdatum van die wijziging wettelijk toegestane percentage voor woonruimte met een niet geliberaliseerde huurprijs bij gebreke waarvan de huurprijs aanpassing plaatsvindt overeenkomstig het gestelde in (…)Bijzondere bepalingen10.1 De huurprijs kan op voorstel van verhuurder voor het eerst per 1 juli volgend op de huuringangsdatum en vervolgens jaarlijks worden gewijzigd met een percentage dat maximaal gelijk is aan het op de ingangsdatum van die wijziging wettelijk toegestane percentage zoals dat jaarlijks door de minister van VROM wordt vastgelegd voor woonruimte met een niet-geliberaliseerde huurprijs (…).
10. BIJZONDERE BEPALINGEN BEHORENDE BIJ HET HUURCONTRACT D.D. 01-09-2008 VAN HET PERCEEL [adres] , [woonplaats 1]1. Bij niet tijdige betaling van de huurpenningen en bijkomende kosten als bedoeld in de rubriek betalingsverplichting is huurder een rentevergoeding van 1% per maand of gedeelte van een maand over het openstaande bedrag jegens verhuurder verschuldigd. (…)
Gebruik(…)“Huurder is – zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verhuurder – niet bevoegd het gehuurde geheel of gedeeltelijk in huur, onderhuur of gebruik aan derden af te staan, daaronder begrepen het verhuren van kamers en het verlenen van pension of het doen van afstand van huur. (…)”artikel 1.4:
“Ingeval huurder handelt in strijd met het bepaalde in 1.3 verbeurt hij aan verhuurder per kalenderdag dat de overtreding voortduurt een direct opeisbare boete, gelijk aan driemaal de op dat moment voor huurder geldende huurprijs per dag met een minimum van € 45,00 per dag, onverminderd het recht van verhuurder om nakoming dan wel ontbinding wegens wanprestatie alsmede schadevergoeding te vorderen voor zover de schade de boete overstijgt. Verder dient huurder alle daardoor verkregen inkomsten aan verhuurder af te dragen.”In verzuim zijn/ boetebeding(…) 20.2 Voor elk geval dat huurder in verzuim is met de tijdige en volledige betaling van een geldsom, is hij 1% rente per maand verschuldigd over de verschuldigde hoofdsom vanaf de vervaldatum tot aan de dag van algehele voldoening van de (…)20.4 Ingeval het tekortschieten bestaat uit de niet tijdige betaling van een geldsom en in verband met de incassering daarvan buitengerechtelijke kosten moeten worden gemaakt, worden deze hierbij bepaald op tenminste 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 125,- . Ingeval de buitengerechtelijke incasso door een gemachtigde c.q. raadsman/raadsvrouw geschiedt, worden deze bedragen vermeerderd met de door de verhuurder aan zijn gemachtigde c.q. raadsman/raadsvrouw over de buitengerechtelijke kosten verschuldigde omzetbelasting. (…)20.6 Huurder is aan verhuurder een direct opeisbare boete van € 25,00 per kalenderdag verschuldigd voor elke verplichting uit deze overeenkomst met bijbehorende algemene bepalingen die hij niet nakomt of overtreedt, onverminderd zijn verplichting om alsnog aan die verplichting te voldoen en onverminderd verhuurders overige rechten op schadevergoeding of anderszins. (…)”.
het gat in het plafond van de badkamer,(…) vervanging c.q. reparatie van de moederhaard De woning heeft een moederhaardsysteem (…) daarvan is al ruim 1,5 jaar de termostaat en kapot en het “gasblok” o.i.d. Daarnaast moet de schoorsteenkanaal worden geveegd. Volgens mij heb ik met de vorige beheerder (…) besproken dat het moederhaardsysteem zou worden vervangen door een HR ketel, daarna echter niets meer gehoord. (…) de wc-pot lekt bij de aanhechting uit de grond. (…)”
Vordering
huurachterstand en voorts in de kosten van het geding.
in reconventie
a) Schipper veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van € 2.481,36 wegens gederfd huurgenot voor de maanden juni 2022 tot en met januari 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf 14 dagen na datum vonnis;
c) Schipper te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente;
d) voor recht te verklaren dat de artikelen 5, 10 en 11 lid 1 van de huurovereenkomst en de artikelen 18, 20.2 en 20.6 van de algemene voorwaarden zijn vernietigd.
Beoordeling
Nu [gedaagde] in reconventie voorwaardelijk - voor zover dit niet reeds besloten ligt in het oordeel in conventie - een verklaring voor recht heeft gevorderd met betrekking tot de vernietiging van artikelen, zullen ook de bedingen worden getoetst waarop Schipper na vermindering van eis geen beroep meer doet, maar die voor de beoordeling van de initiële vordering wel relevant zijn geweest.
10. Bijzondere bepalingen behorende bij het huurcontract d.d. 01-09-2008 van het perceel [adres] , [woonplaats 2] ’worden getoetst. Artikel 18 van Pro de Algemene voorwaarden zal niet worden getoetst aangezien dat artikel ziet op de huurprijswijziging van een woonruimte van een liberaliseerde huurprijs en daarvan in het onderhavige geval geen sprake is.
Naast de artikelen 20.2 en 20.6 zal ook artikel 20.4 van de algemene voorwaarden worden getoetst, ondanks dat dit niet in het petitum is gevorderd, aangezien uit de conclusie zelf blijkt dat [gedaagde] (ook) dit beding wenst (te laten) vernietigen.
het gestelde in artikel Bijzondere bepalingen 10.1 t/m 10.3”. Uit intern onderzoek is Schipper gebleken dat meerdere van haar huurcontracten deze omissie bevatten. Nu de huurverhoging voor [gedaagde] wordt gegrond op het eerste zinsdeel van artikel 5.1. te weten “…
voor het eerst per 1 juli 2009 en vervolgens jaarlijks worden gewijzigd met een percentage dat maximaal gelijk is aan het op de ingangsdatum van die wijziging wettelijk toegestane percentage voor woonruimte met een niet geliberaliseerde huurprijs…”is er volgens Schipper geen sprake van een oneerlijk beding. Artikel 10.1 is slechts de uitgebreide versie van hetgeen in artikel 5.1. is bepaald, zodat ook geen sprake is van een dubbel wijzigingsbeding, aldus Schipper.
RWE Vertrieben C-472/10, ECLI:EU:C:2012:242
Invitel) volgt dat het Hof van Justitie vergaande beperkingen aan de geldigheid van prijswijzigingsbedingen stelt. Een dergelijk beding moet in duidelijke en begrijpelijke taal gesteld zijn, ofwel objectief bepaalbaar zijn. Het beding moet de gronden op basis waarvan en de wijze waarop de huurprijs kan worden aangepast bevatten en deze gronden moeten een geldige reden voor de wijziging van de huurprijs vormen. Het huurprijswijzigingsbeding moet zijn opgenomen in het huurcontract of de bijgesloten algemene voorwaarden. Andere omstandigheden die meewegen bij de beoordeling of een beding oneerlijk is zijn de volgende: of in de huurovereenkomst is opgenomen dat het huurprijswijzigingsbeding al dan niet ook tot huurverlaging kan leiden en of in het huurcontract is bepaald dat de huurder bij gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid de huurovereenkomst kan beëindigen, alsmede of de huurder nadat hij geïnformeerd is over de huurverhoging een reële mogelijkheid heeft om de huurovereenkomst daadwerkelijk op te zeggen of te ontbinden.
elke verplichtinguit deze overeenkomst en bijbehorende algemene voorwaarden, zonder daarbij onderscheid aan te brengen in soort overtreding en materialiteit. Bovendien kent de bepaling geen maximum, zodat - in theorie - de boete oneindig doorloopt, ook in die gevallen dat de huurder niet op de hoogte is van de overtreding. Tot slot is tevens van invloed op de mate van oneerlijkheid dat artikel 20.6 bepaalt dat de boete de overige rechten van de verhuurder op schadevergoeding onverlet laat.
huurprijsvermindering in verband met gebreken
|