Op 20 november 2023 werd in een woning te Amstelveen een hoeveelheid van 1986 gram cocaïne aangetroffen. Verdachte verbleef samen met een medeverdachte in deze woning. Naast de cocaïne werden ook chemicaliën en een persframe gevonden, wat de indruk wekte van een drugslaboratorium. De rechtbank oordeelde echter dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij de productie van de cocaïne en sprak hem vrij van dit feit.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne en beschikkingsmacht daarover had, aangezien de blokken zichtbaar lagen in gebruiksruimtes van de woning waar verdachte vrij toegang toe had. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met de medeverdachte de cocaïne voorhanden had.
De strafmaat werd bepaald op acht maanden gevangenisstraf, iets hoger dan de richtlijn van zeven maanden voor deze hoeveelheid cocaïne, vanwege de professionele en georganiseerde context. Verdachte had geen strafblad en de rechtbank hield rekening met de omstandigheden waaronder het feit was gepleegd. Daarnaast werd een patroon in beslag genomen en onttrokken aan het verkeer.