Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld. Het primaire besluit van 5 november 2020 stelde het percentage op 54,96%, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard bij besluit van 7 maart 2023 (bestreden besluit I). Na een tussenuitspraak van de rechtbank op 10 november 2023 werd het bestreden besluit I herroepen en vervangen door een nieuw besluit van 1 december 2023 (bestreden besluit II).
De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak reeds geoordeeld over het medisch onderzoek en richt zich in deze uitspraak op het arbeidsdeskundige onderzoek. Hierbij is onder meer gekeken naar de geschiktheid van verschillende functies voor eiser, waarbij functies als magazijnmedewerker werden afgewezen vanwege overschrijding van de belastbaarheid met betrekking tot staan, terwijl functies als productiemedewerker metaal en elektro-industrie en productiemedewerker industrie wel passend werden geacht.
De rechtbank concludeert dat ondanks enkele overschrijdingen van de belastbaarheid, de functies passend zijn geacht op grond van een zorgvuldige motivering en signalering door de arbeidsdeskundige. Het beroep tegen het bestreden besluit II wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan eiser wordt vergoed.