De veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaar voor medeplegen van voorbereidingshandelingen voor moord, wapenbezit en opzetheling binnen een crimineel samenwerkingsverband. De tenuitvoerlegging van de straf is gestart in juli 2015, met een voorwaardelijke invrijheidstellingsdatum in maart 2024.
Het openbaar ministerie vordert het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) vanwege een hoog recidiverisico en het ontbreken van openheid van zaken over het criminele netwerk, waardoor toezicht en formulering van voorwaarden niet mogelijk zijn. De reclassering adviseert negatief over de v.i. De verdediging stelt primair niet-ontvankelijkheid van het OM en subsidiar uitstel van de v.i. voor 180 dagen wegens gewijzigde detentietitel en beperkingen die het verweer belemmeren.
De rechtbank oordeelt dat niet-ontvankelijkheid niet aan de orde is, maar erkent dat de beperkingen de verdedigingsrechten beperken. Daarom wordt de subsidiaire vordering tot uitstel van de v.i. voor 180 dagen toegewezen, zodat de reclassering en penitentiaire inrichting opnieuw advies kunnen uitbrengen wanneer de detentietitel wijzigt.
De beslissing is genomen door de rechtbank Amsterdam op 1 maart 2024 en is niet vatbaar voor beroep.