Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 178,00
Rechtbank Amsterdam
Eiser en gedaagde zijn betrokken bij een geschil over declaraties van gedaagde, voormalig advocaat van eiser, met betrekking tot werkzaamheden in een erfrechtkwestie en strafzaak. Een bedrag van €236.337,00, afkomstig uit de erfenis van de moeder van eiser, staat in depot bij de deken.
Eerder zijn vorderingen van gedaagde tot betaling afgewezen door rechtbanken Amsterdam en Gelderland, waarbij het gezag van gewijsde werd toegepast. Gedaagde legde conservatoir beslag op het depotbedrag, wat door de rechtbank Gelderland onrechtmatig werd geoordeeld.
Eiser vordert machtiging om namens gedaagde medewerking te verlenen aan de deken voor uitbetaling, opheffing van het beslag en verbod op nieuw beslag. De voorzieningenrechter weegt de belangen en oordeelt dat het belang van eiser bij uitbetaling zwaarder weegt dan het belang van gedaagde bij behoud van het beslag.
De vorderingen van eiser worden toegewezen, het beslag wordt opgeheven, en gedaagde wordt verboden nieuw beslag te leggen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiser wordt gemachtigd tot medewerking aan de deken voor uitbetaling van het depotbedrag, beslag wordt opgeheven en nieuw beslag verboden.