ECLI:NL:RBAMS:2024:3704
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor inrichtingskosten bij voorzienbare verhuizing
Verzoeker heeft een aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van huisraad en inrichtingskosten ingediend, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Het bezwaar van verzoeker is eveneens ongegrond verklaard, waarna verzoeker een voorlopige voorziening heeft gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang vanwege de medische kwetsbaarheid van verzoeker en de stressvolle woonsituatie. Echter, de rechter oordeelt dat verhuizing vanuit het ouderlijk huis naar een zelfstandige woning voorspelbaar is en dat verzoeker vanaf het moment van toekenning van een urgentieverklaring in november 2022 had kunnen reserveren voor de kosten, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maakten.
Hoewel verzoeker ernstige medische problemen aanvoert en stelt niet te kunnen sparen, heeft hij dit onvoldoende met medische of financiële stukken onderbouwd. De voorzieningenrechter verwijst naar vaste rechtspraak dat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen bijzondere omstandigheid is. Daarom ziet de rechter geen redelijke kans van slagen voor het beroep en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt afgewezen.