ECLI:NL:RBAMS:2024:3716

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 juni 2024
Publicatiedatum
21 juni 2024
Zaaknummer
13/111673-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OverleveringswetArt. 22 OverleveringswetArt. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening en schorsing onderzoek Europees aanhoudingsbevel wegens onduidelijkheid artikel 12 Overleveringswet

De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 mei 2024 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het hof van beroep Antwerpen voor de overlevering van een opgeëiste persoon ter uitvoering van een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan nog 872 dagen resteren.

Tijdens de zitting bleek onduidelijkheid te bestaan over de vraag of het EAB betrekking heeft op de hoofdzaak waarin een werkstraf is opgelegd, dan wel op de omzetting van deze werkstraf naar een gevangenisstraf wegens niet-uitvoering. De rechtbank kon daardoor niet toetsen of aan de vereisten van artikel 12 van Pro de Overleveringswet was voldaan.

Gezien de resterende beslistermijn en de noodzaak tot verduidelijking besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen. De officier van justitie krijgt de opdracht om nadere vragen aan de Belgische autoriteiten te stellen. Tevens wordt bepaald dat de zaak opnieuw op zitting komt te staan één week voor het verstrijken van de beslistermijn op 30 juni 2024.

De uitspraak is gedaan door de rechtbank Amsterdam, in aanwezigheid van drie rechters en griffier, en is onherroepelijk omdat tegen deze tussenuitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: Het onderzoek naar het Europees aanhoudingsbevel is heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om nadere vragen aan de Belgische autoriteit te stellen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/111673-24
Datum uitspraak: 12 juni 2024
TUSSEN-
UITSPRAAK
op de vordering van 4 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 maart 2024 door de
substituut-procureur-generaal van het hof van beroep Antwerpen(België), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedag] 1993,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 mei 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol, en door een tolk in de Arabisch-Irakese taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Irakese nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrest van het hof van Beroep Antwerpen van 28 juni 2023 - C1 kamer, referentie: 2022/PGA/3257 (Griffienummer 945/23).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 872 dagen.
De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro; heropening van het onderzoek

In het EAB onder c) staat vermeld dat de tenuitvoerlegging wordt verzocht van een vervangende gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar wegens het niet uitvoeren van een opgelegde werkstraf.
In onderdeel d) van het (hierna: het d-formulier) staat vermeld dat de opgeëiste persoon aanwezig is geweest op het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
Het is de rechtbank echter niet duidelijk of het ingevulde d-formulier betrekking heeft op het proces waarbij de zaak tegen de opgeëiste persoon inhoudelijk is behandeld, of dat het betrekking heeft op de procedure waarbij de opgelegde taakstraf is omgezet in een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar. De rechtbank kan daardoor niet toetsen of voldaan is aan de eisen van artikel 12 OLW Pro.
Mede gelet op de ruimte die nog aanwezig is in de 90-dagen beslistermijn zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen en schorsen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
1.
Ziet de beslissing van het Hof van Beroep Antwerpen van 28 juni 2023 op de hoofdzaak waarin aan de opgeëiste persoon een werkstraf is opgelegd, of ziet deze beslissing op de omzetting van de werkstraf naar een gevangenisstraf wegens het niet uitvoeren van de werkstraf?
2.
Ziet onderdeel d) van het EAB op de hoofdzaak waarin aan de opgeëiste persoon een werkstraf is opgelegd of ziet deze informatie op de beslissing tot omzetting van de werkstraf naar een gevangenisstraf?
3.
Indien onderdeel) van het EAB betrekking heeft op de omzettingsprocedure: bij welke beslissing en door welke instantie is aan de opgeëiste persoon een werkstraf opgelegd vanwege de opzettelijke brandstichting in de nacht van 30 op 31 januari 2021? Kan voor deze procedure een d)-formulier worden ingevuld?
4.
Indien onderdeel d) van het EAB betrekking heeft op de hoofdzaak waarbij aan de opgeëiste persoon een werkstraf is opgelegd: wanneer heeft de omzettingsprocedure plaatsgevonden
-
Is bij de beslissing tot omzetting de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf gewijzigd?
en zo ja?
-
Bestaat bij deze omzetting enige beoordelingsmarge in de omvang van wijziging?
en zo ja?
-
Kan voor deze beslissing een d-formulier worden ingevuld?

5.Beslissing

HEROPENThet onderzoek ter zitting onder gelijktijdige schorsing voor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 4 vermelde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
BEPAALTdat de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland
één week voor het verstrijken van de beslistermijn op 30 juni 2024;
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsman tegen het nader te bepalen tijdstip.
BEVEELTde oproeping van een tolk in de Arabisch-Irakese taal tegen het nader te bepalen tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
Mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. I. Verstraeten-Jochemsen en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 juni 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.