Uitspraak
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 februari 2024;
- de akte na tussenvonnis van [eiser] van 18 april 2024;
- de akte uitlaten producties van Dexia van 16 mei 2024.
2.De verdere beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin eiser vernietiging vorderde van vijf effectenleaseovereenkomsten gesloten met Dexia Nederland B.V. Eiser voerde aan dat zij niet bekend was met de overeenkomsten vóór 13 maart 2000, waardoor het beroep van Dexia op verjaring niet slaagt.
De rechtbank beoordeelde verklaringen van eiser en haar echtgenoot over de financiële huishouding en het moment van bekendheid met de contracten. Uit deze verklaringen bleek dat eiser pas na 13 maart 2000, bij het ontstaan van financiële problemen en mediaberichten, kennis nam van de overeenkomsten. Dexia kon onvoldoende concrete feiten aanvoeren om het tegendeel te bewijzen.
Het verjaringsverweer van Dexia werd daarom verworpen. Ook het beroep op misbruik van recht faalde omdat dit strijdig zou zijn met de beschermende strekking van artikel 1:88 BW Pro. De rechtbank verklaarde de overeenkomsten vernietigd en veroordeelde Dexia tot terugbetaling van betaalde bedragen minus ontvangen dividenden, met wettelijke rente vanaf 13 december 2024. Tevens werd Dexia veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het verwijderen van eventuele negatieve BKR-coderingen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de vijf effectenleaseovereenkomsten en veroordeelt Dexia tot terugbetaling met rente en proceskosten.