ECLI:NL:RBAMS:2024:4051
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens vertrek opgeëiste persoon uit Nederland
Op 6 juni 2024 behandelde de Rechtbank Amsterdam een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Belgische onderzoeksrechter. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een persoon met de Nederlandse nationaliteit die echter niet meer op het grondgebied van Nederland verbleef.
Tijdens de zitting was de opgeëiste persoon niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld en dat deze de Nederlandse nationaliteit bezit.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de opgeëiste persoon op 29 mei 2024 in Spanje was aangehouden en daarmee niet meer in Nederland verbleef. Hierdoor was de grondslag voor de vordering komen te vervallen.
De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters, en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform de Overleveringswet.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat de opgeëiste persoon niet meer in Nederland verblijft.