ECLI:NL:RBAMS:2024:4051

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 juni 2024
Publicatiedatum
8 juli 2024
Zaaknummer
13/165155-24 (EAB 2)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 tweede lid Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens vertrek opgeëiste persoon uit Nederland

Op 6 juni 2024 behandelde de Rechtbank Amsterdam een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Belgische onderzoeksrechter. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een persoon met de Nederlandse nationaliteit die echter niet meer op het grondgebied van Nederland verbleef.

Tijdens de zitting was de opgeëiste persoon niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld en dat deze de Nederlandse nationaliteit bezit.

De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de opgeëiste persoon op 29 mei 2024 in Spanje was aangehouden en daarmee niet meer in Nederland verbleef. Hierdoor was de grondslag voor de vordering komen te vervallen.

De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters, en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform de Overleveringswet.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat de opgeëiste persoon niet meer in Nederland verblijft.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/165155-24 (EAB 2)
Datum uitspraak: 6 juni 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 28 mei 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 mei 2024 door de Onderzoeksrechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg, Afdeling Tongeren, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] (Zuid-Korea) op [geboortedag] 1998,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
nu niet meer in Nederland,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 juni 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. A.M. Timorason, advocaat te Amsterdam. Zij neemt de zaak waar voor haar kantoorgenoot mr. N.M. Delsing en heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om namens de opgeëiste persoon het woord te voeren.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Uit de e-mail van 30 mei 2024 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoon op 29 mei 2024 is aangehouden in Spanje en zich dus niet meer op het grondgebied van Nederland bevindt. Daarmee is de grondslag aan de vordering van de officier van justitie komen te ontvallen.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. A.R.P.J. Davids en A.J. Scheijde, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. I. van Heusden en K.M. Diender, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 juni 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.