Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
13 januari 2022 een conclusie van repliek ingediend, waarin zij de vordering handhaaft. De raadsman heeft op 21 februari 2023 laten weten geen behoefte te hebben aan een conclusie van dupliek.
mr. G. Dankers, en van hetgeen veroordeelde en zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, naar voren hebben gebracht.
2.De vordering en de grondslag daarvan
voorhanden hebben van voorwerpen, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten”.
3.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 63.826
€ 325.992.
€ 63.826 + € 325.992 = € 389.818,-. [6]
Koi-karpers was aangelegd. De bedrijfsauto van [medeverdachte 1] is in januari 2018 aangetroffen bij [onderneming 2] . In de telefoon van [medeverdachte 1] is een foto aangetroffen van
13 september 2018, waarop hennepplanten op de achterbank van de auto zijn te zien. Uit de verkoopfacturen van [onderneming 2] komt naar voren dat op die datum twee transacties hebben plaatsgevonden die verband kunnen houden met de aanschaf van hennepplanten. Een van deze facturen bevat de verkoop van elf zakken grond, te weten ‘Biobizz Light mix 50 ltr’. Dit product is in de hennepplantage van [medeverdachte 1] aangetroffen. Daarnaast is in een bedrijfspand van [medeverdachte 2] op 9 mei 2019 een hennepplantage aangetroffen, die ook onder een vijver voor Koi-karpers was aangelegd.. [12]
4.Verplichting tot betaling
5.Toepasselijke wettelijke voorschriften
6.Beslissing
€ 389.818,-.
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van
€ 379.818,- (driehonderdnegenenzeventigduizend achthonderdachttien euro)aan de Staat.