Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Beschuldiging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
€ 11.339,93 [32] die als concurrente vordering in het faillissement is ingediend, en een boedelvordering vanwege huur vanaf faillissementsdatum (€ 4.317,75) [33] en kosten van een ontruimingskortgeding van € 8.886,34 [34] excl. BTW. Daarmee bedroegen de totale kosten voor [B.V.] € 24.544,02.
€ 3.374,21. [36]
€ 15.681,-- heeft verdachte geen verklaring gegeven, maar vaststaat dat deze overboekingen rechtstreeks ten goede van verdachte zijn gekomen. Dat iemand anders dan verdachte voor deze onttrekkingen verantwoordelijk zou zijn geweest, is daarmee onaannemelijk.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen
€ 150.000,--. Op het moment dat de rechtspersoon in staat van faillissement werd verklaard, was er daardoor minder geld in de boedel aanwezig om onder de schuldeisers te verdelen. Schuldeisers kunnen hierdoor in de problemen komen met het betalen van hun eigen rekeningen en zelf eventueel ook failliet gaan.
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf
nietten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
van het recht tot uitoefening van het beroep van statutair bestuurdervan een rechtspersoon voor de duur van
10 (tien) jaren.