De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 augustus 2024 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Advocaat-generaal bij het Hof van Beroep Antwerpen, België, voor de overlevering van een persoon die een straf van vier jaar moet uitzitten. De opgeëiste persoon verscheen en werd bijgestaan door een raadsman. De rechtbank verlengde de beslistermijn en schorst de gevangenhouding onder voorwaarden.
Het EAB vermeldt een veroordeling voor een strafbaar feit dat lijkt aan te sluiten bij artikel 138aa Sr (uithaling), maar ook een verwijzing naar bendevorming met zware straffen. De rechtbank constateert dat het EAB niet expliciet een criminele organisatie vermeldt, terwijl de opgelegde straf (vier jaar) hoger is dan de maximale straf voor uithaling in Nederland (één jaar).
Daarom vraagt de rechtbank nadere informatie aan de uitvaardigende autoriteit over de precieze feiten en of deelname aan een criminele organisatie of bendevorming is vastgesteld. Het onderzoek wordt heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, met een nieuwe zittingsdatum uiterlijk een week voor 19 september 2024. Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.