De rechtbank Amsterdam heeft op 20 maart 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de tussentijdse toetsing van een ISD-maatregel die aan veroordeelde is opgelegd door het gerechtshof Amsterdam op 28 juli 2022 voor de duur van twee jaren. Veroordeelde had een verzoek ingediend tot beëindiging van de tenuitvoerlegging van deze maatregel.
Tijdens de openbare terechtzitting zijn de officier van justitie, de raadsman van veroordeelde en een deskundige gehoord. Uit het adviesrapport bleek dat ondanks redelijk goed gedrag binnen detentie, veroordeelde niet meewerkt aan diagnostiek en na afloop van de maatregel geen passende huisvesting of dagbesteding heeft. De ISD-maatregel fungeert momenteel als een beschermend kader.
De officier van justitie stelde dat voortzetting noodzakelijk is om recidive en maatschappelijke onveiligheid te voorkomen. De verdediging voerde aan dat veroordeelde zich goed gedraagt en dat er alternatieven zijn om recidiverisico te beperken. De rechtbank oordeelde dat het recidiverisico nog steeds aanwezig is en dat het belang van medewerking aan diagnostiek en het vinden van passende huisvesting zwaarwegend is. Het verzoek tot beëindiging werd daarom afgewezen en de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.