ECLI:NL:RBAMS:2024:5929

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 september 2024
Publicatiedatum
25 september 2024
Zaaknummer
13/244614-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLWArt. 26 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor georganiseerde diefstal

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 september 2024 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit voor de overlevering van een persoon geboren in Hongarije, zonder vaste verblijfplaats in Nederland, die gedetineerd is in een Nederlandse penitentiaire inrichting.

De opgeëiste persoon verscheen ter zitting, werd bijgestaan door een raadsman en een tolk, en erkende zijn identiteit en nationaliteit. Het EAB betreft een strafbaar feit dat valt onder nummer 18 van bijlage 1 van de Overleveringswet, namelijk georganiseerde of gewapende diefstal, waarvoor in Duitsland een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat.

De rechtbank constateerde dat er ook een Hongaars EAB voor de opgeëiste persoon bestaat, maar gaf op grond van artikel 26, derde lid, Overleveringswet, voorrang aan het Duitse vervolgings-EAB vanwege het belang van een snelle afdoening van de zaak in Duitsland. Er zijn geen weigeringsgronden voor overlevering en het EAB voldoet aan de wettelijke eisen. De rechtbank besloot de overlevering aan Duitsland toe te staan en bepaalde dat dit EAB voorrang heeft boven het Hongaarse EAB.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe en geeft voorrang aan het Duitse EAB boven het Hongaarse EAB.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/244614-24
Datum uitspraak: 12 september 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 8 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 juli 2024 door de
Ansbach District Court, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1973,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie te plaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 september 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. de Haan, advocaat in Zwolle en door een tolk in de Hongaarse taal. De raadsman heeft geen verweren gevoerd.
De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongarije nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
arrest warrantvan 5 juni 2024 van het
Amtsgericht Ansbach(5 Gs 686/24).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [2]

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Samenloop

De rechtbank heeft geconstateerd dat er naast het onderhavige EAB ook nog een Hongaars EAB (parketnummer: 13/300946-23) is uitgevaardigd ten aanzien van de opgeëiste persoon voor de tenuitvoerlegging van een aldaar opgelegde straf. Het Hongaarse EAB is op de zitting van 29 augustus 2024 behandeld.
Zowel de raadsman als de officier van justitie hebben zich in deze zaak op het standpunt gesteld dat op grond van artikel 26, derde lid, OLW voorrang moet worden gegeven aan het Duitse vervolgings-EAB.
Voor zover de overlevering ten aanzien van beide EAB’s wordt toegestaan is de rechtbank van oordeel dat voorrang moet worden gegeven aan het Duitse EAB, omdat dit een vervolgings-EAB is. Met het oog op het belang dat Duitsland heeft bij voortgang en afdoening van de zaak binnen een redelijke termijn, dat in het gedrang komt als de opgeëiste persoon eerst naar Hongarije zou gaan om daar de hem opgelegde straf uit te zitten, zal de rechtbank bepalen dat voorrang gegeven dient te worden aan het Duitse vervolgings-EAB. Daarbij heeft de Duitse officier van justitie aangegeven dat er geen bezwaren zijn tegen verderlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Ansbach District Court(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEPAALTdat
VOORRANGdient te worden gegeven aan het onderhavige EAB met parketnummer 13/244614-24 dat is uitgevaardigd door Duitsland, boven het EAB met parketnummer 13/300946-23 dat is uitgevaardigd door Hongarije, voor zover de overlevering ook ten aanzien van dit Hongaarse EAB wordt toegestaan.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter,
mrs. J.B. Oreel en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 september 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.