Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
Modus operandibeschreven handelingen, tegen het slachtoffer heeft gezegd dat zij haar gouden armbanden af moest doen omdat die een (storend) effect zouden hebben op de kranen waar hij naar aan het kijken was. Nadat [slachtoffer 4] haar armbanden af heeft gedaan, heeft verdachte deze van haar weggenomen en heeft hij het huis verlaten. De rechtbank acht zaak A feit 1 ten aanzien van deze vier slachtoffers bewezen.
Modus operandi.Verdachte past in het signalement zoals door [slachtoffer 7] is opgegeven. Uit de aangifte blijkt verder dat de dader in deze zaak, net als in de zaak met slachtoffer [slachtoffer 4] waarin verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd, aan het slachtoffer heeft gevraagd de sieraden af te doen omdat die een storing bij de detector zou veroorzaken. Dit betreft naar het oordeel van de rechtbank een opvallend en specifiek overeenkomend detail in de werkwijze die de rechtbank niet bekend voorkomt uit andere vergelijkbare zaken waarin de ‘loodgietersbabbeltruc’ wordt toegepast Het dossier bevat verder een deskundigenrapport Forensisch DNA-onderzoek. In de woning van [slachtoffer 7] is op de spiegeldeur van het badkamerkastje een DNA-mengspoor aangetroffen waarvan het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van verdachte. [1] Op basis van dit onderzoek staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat onder meer verdachte donor is geweest van dit DNA-materiaal. Het spoor is afkomstig van een handschoenafdruk. Aangeefster heeft tegen de forensische opsporingsambtenaar verklaard dat de gestolen sieraden zijn weggenomen uit een doosje dat in het badkamerkastje stond. Het aangetroffen DNA-spoor ondersteunt daarom het scenario dat verdachte de sieraden heeft weggenomen. Verdachte heeft daartegenover geen concreet en geloofwaardig alternatief scenario gesteld. Hij heeft enkel gesteld dat zijn DNA mogelijk is geplant door de dader. Hij heeft niet verteld wanneer hij een handschoen van een ander heeft gebruikt, of een ander een handschoen van hem heeft weggenomen. Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank deze diefstal bewezen.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
- 1 BUS Pepperspray (goednummer: PL1300-2024047817-G6468669); en
- Geld, 100 EUR (goednummer: PL1300-2024047817-G6468667).
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvan
36 (zesendertig) maanden.
[verdachte]van: