Uitspraak
1.Het procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
klaagster;
Rechtbank Amsterdam
Klaagster werd tegen haar wil gerepatrieerd naar Zweden door zorgaanbieder Arkin, wat aanleiding gaf tot een klachtprocedure op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De klachtencommissie verklaarde de klacht op formele gronden gegrond vanwege het ontbreken van schriftelijke informatie over de overplaatsing en oordeelde dat de beperking van de bewegingsvrijheid binnen de kliniek disproportioneel was. Arkin stelde dat repatriëring geen besluit op grond van de Wvggz was, maar een zorginhoudelijk besluit onder de WGBO, en dat de rechtbank niet bevoegd was hierover te oordelen.
De rechtbank oordeelde echter dat de repatriëring wel onder de Wvggz viel omdat de verplichte zorg niet was beëindigd en dat de repatriëring geen wettelijke grondslag kende binnen de Wvggz. Ook de beperking van de bewegingsvrijheid in het kader van de repatriëring was onrechtmatig. De rechtbank verklaarde beide klachten gegrond en veroordeelde Arkin tot betaling van €1700,- schadevergoeding aan klaagster.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht over de onrechtmatige repatriëring gegrond en veroordeelt Arkin tot betaling van €1700,- schadevergoeding.