Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court of Torun(Polen, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Torunvan 11 juli 2019, referentie:
penal ordervan
the District Court in Torunvan 9 maart 2021 [3] , referentie: VIII K 538/20 (hierna: vonnis 2);
penal ordervan
the District Court in Torunvan 23 juli 2020, referentie: VIII K 698/20 (hierna: vonnis 3).
- bij vonnis 1 een voorwaardelijke vrijheidsstraf van één jaar is opgelegd en dat bij beslissing van 30 november 2020 (met kenmerk IX 2 Ko 3250/20) de tenuitvoerlegging van die straf is bevolen; Uit de aanvullende informatie van 12 augustus 2024 blijkt dat de tenuitvoerlegging onder meer is bevolen vanwege de veroordeling voor strafbare feiten (“triggering facts”) begaan gedurende de proeftijd, welke veroordeling is vastgelegd in het vonnis van 7 september 2020 met kenmerk VIII K 360/20 (hierna: vonnis 4).
- bij vonnis 2
- bij vonnis 3
limitation of freedomzijn omgezet naar vrijheidsbenemende straffen. Van deze beslissingen met kenmerk IX Ko 3250/20 en IX Ko 2066/21 is overigens onbekend gebleven welke instantie de beslissingen genomen heeft.
penal order) is gewezen, terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Verder is dit vonnis kort gezegd – gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Uit de verstrekte informatie blijkt dat in deze
penal ordereen
limitation of freedomopgelegd is en dat het een afwijkende, besloten procedure betreft. De opgeëiste persoon heeft geen oproeping voor een zitting gekregen nu er geen zitting heeft plaats gevonden. Evenmin heeft hij een (gemachtigd) advocaat ingeschakeld om zijn belangen te behartigen. De gebruikelijk gang van zaken is blijkbaar dat – zonder zitting – een
penal ordergenomen wordt, waarna deze
penal orderaan de betrokkene wordt betekend: indien hij bezwaar heeft tegen de inhoud van het besluit, kan hij beroep instellen (
appeal) waarna alsnog een zitting bij een rechtbank plaatsvindt waarop de zaak behandeld wordt. In het onderhavige geval is de
penal order– zo blijkt uit de aanvullende informatie van 2 september 2024 – per post aan betrokkene opgestuurd op een eerder door hem opgegeven adres in [geboorteplaats]. De opgeëiste persoon heeft – zo blijkt uit de aanvullende informatie van 11 september 2024 – de post niet opgehaald, waarna de
penal orderonherroepelijk werd. Het staat dus niet vast of de opgeëiste persoon heeft kennis genomen van de
penal orderen hij bewust heeft afgezien van het instellen van beroep. De opgeëiste persoon heeft zelf gezegd geen weet te hebben gehad van de
penal orderof de beslissing tot tenuitvoerlegging daarvan.
penal order) heeft geleid, maar dat zich wel de omstandigheid als bedoeld in artikel 12, onder c, OLW heeft voorgedaan. Dat betekent dat de weigeringsgrond niet kan worden toegepast.
penal ordervan
limitation of freedom. Er heeft geen zitting plaats gevonden en de opgeëiste persoon heeft geen advocaat ingeschakeld. Anders dan bij vonnis 2 blijkt uit de aanvullende informatie van 12 augustus 2024 dat deze
penal orderechter op 20 augustus 2020 in persoon aan de opgeëiste persoon uitgereikt, terwijl hij zich in de gevangenis bevond in Inowroclaw. Daarbij is hem - zo blijkt uit de aanvullende informatie van 6 en 11 september 2024 - uitgelegd dat hij een klacht (beroep) kon instellen waarna de zaak alsnog behandeld zou worden op een zitting. De opgeëiste persoon heeft vervolgens binnen de termijn van 8 dagen die hij daarvoor had, geen beroep ingesteld. Dat betekent dat de omstandigheid als bedoeld in artikel 12, onder c, 2°, OLW zich voordoet.
4.Strafbaarheid; heropening van het onderzoek
Kunt u informatie verstrekken over het feit of de feiten waarvoor de opgeëiste persoon is veroordeeld bij het vonnis van 7 september 2020, referentie: VIII K 360/20, op de wijze zoals bedoeld in onderdeel E van het EAB? Welke rechterlijke instantie (rechtbank) heeft dit vonnis gewezen?
5.Beslissing
uiterlijk 24 oktober 2024 (op welke datum de beslistermijn eindigt)opnieuw op zitting moet worden aangebracht.