Op 9 januari 2024 werd verdachte samen met een medeverdachte nabij de woning van het slachtoffer gezien. Verdachte rende weg en verloor daarbij een pet en een telefoon, die later door getuigen aan de politie werden overhandigd. Uit onderzoek bleek dat de telefoon aan verdachte toebehoorde. Verdachte verklaarde dat hij was benaderd via Instagram om als chauffeur te fungeren voor een snorderklus, waarvoor hij een vergoeding zou krijgen. Hij ontkende kennis te hebben gehad van een moordplan en verklaarde niets met het vuurwapen te maken te hebben gehad.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het vereiste opzet niet kon worden bewezen en vorderde vrijspraak. De verdediging benadrukte dat verdachte geen betrokkenheid had en dat zijn verklaringen werden ondersteund door camerabeelden en ANPR-registraties. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van verdachte niet werden weersproken door bewijsmiddelen en dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wist van het moordplan of het vuurwapen voorhanden had.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het in beslag genomen voertuig werd aan verdachte teruggegeven. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd. Beide partijen dragen hun eigen kosten.