ECLI:NL:RBAMS:2024:6511
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen en medeplichtigheid mishandeling minderjarige zoon
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan mishandeling van haar minderjarige zoon in de periode van augustus tot december 2022, alsmede het in hulpeloze toestand brengen en laten van haar zoon. De officier van justitie stelde dat verdachte bewust had meegewerkt aan de mishandelingen en haar zoon in gevaar had gebracht. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende concreet bewijs was voor deze beschuldigingen en dat verdachte zich juist verzette tegen het geweld.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verdachte op 25 december 2022 aanwezig was bij een mishandeling, maar dat er geen bewijs was voor een nauwe en bewuste samenwerking met de dader, haar oudste zoon. Ook was onvoldoende bewijs voor het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen van haar zoon. Getuigenverklaringen die belastend waren, werden als onbetrouwbaar en niet overtuigend beoordeeld, mede omdat een belangrijke getuige haar eerdere verklaringen had ingetrokken.
De rechtbank concludeerde dat verdachte niet bewezen kan worden dat zij medepleger of medeplichtige was aan de mishandelingen, noch dat zij haar zoon opzettelijk in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan mishandeling en het in hulpeloze toestand brengen van haar minderjarige zoon.