ECLI:NL:RBAMS:2024:6784
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing proceskostenvergoeding bijzondere bijstand
Eiser heeft bijzondere bijstand voor rechtsbijstand aangevraagd en stelde verweerder in gebreke wegens het niet ontvangen van een besluit. Verweerder stelde dat het besluit op 16 november 2022 was genomen en aan eiser was toegezonden. Eiser maakte bezwaar tegen het primaire besluit en vorderde proceskostenvergoeding, welke werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat het besluit weliswaar niet op de juiste wijze aan de gemachtigde was bekendgemaakt, maar dat dit niet betekent dat verweerder niet tijdig heeft beslist. De bezwaar- en beroepstermijnen zijn daardoor niet gaan lopen, maar dat raakt niet aan de tijdigheid van het besluit zelf. Eiser kon niet aantonen dat het besluit niet op 16 november 2022 was genomen en ontvangen.
Eiser voerde tevens aan dat tijdens een telefonische hoorzitting een toezegging was gedaan voor een proceskostenvergoeding. De rechtbank vond deze toezegging niet aannemelijk, mede omdat het verslag van de hoorzitting dit niet vermeldde en verweerder dit ontkende. Ook was het niet gebruikelijk dat dergelijke toezeggingen worden gedaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt en het griffierecht niet wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet toekennen van proceskostenvergoeding is ongegrond verklaard.