ECLI:NL:RBAMS:2024:7092
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser is door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam teruggevorderd voor een bijstandsuitkering over januari en november 2022, omdat hij volgens het college de inlichtingenplicht heeft geschonden door inkomsten uit de verkoop van nep verdovende middelen niet te melden. Tevens is een boete opgelegd. Eiser betwistte de beschuldigingen en stelde dat hij niet handelde in nepdrugs en dat er sprake was van dringende redenen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat uit politieprocessen-verbaal en verklaringen van eiser zelf blijkt dat hij wel degelijk nepdrugs verkocht, waardoor de schending van de inlichtingenplicht terecht is vastgesteld. De rechtbank verwierp het beroep op dringende redenen, omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat er sprake was van een acute noodsituatie of onomkeerbare schade.
Daarmee verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering en boete. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de bijstandsuitkering en opgelegde boete wordt ongegrond verklaard.