De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 november 2024 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Opava, Tsjechië, voor de overlevering van een persoon ter uitvoering van een vrijheidsstraf van twee jaar. De opgeëiste persoon is veroordeeld voor illegale handel in verdovende middelen, een lijstfeit onder de Nederlandse Overleveringswet (OLW).
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en de geldigheid van het EAB beoordeeld, waarbij is vastgesteld dat de opgeëiste persoon persoonlijk is opgeroepen voor het proces dat tot de veroordeling leidde. De vrijheidsstraf was aanvankelijk voorwaardelijk opgelegd en later omgezet in een onvoorwaardelijke straf vanwege een nieuw strafbaar feit.
Gezien de samenhang met een andere zaak (EAB II) waarin aanvullende informatie werd opgevraagd, besloot de rechtbank het onderzoek ter zitting te heropenen en te schorsen om in alle zaken tegelijk een einduitspraak te kunnen doen. De zaak wordt uiterlijk op 10 december 2024 opnieuw op zitting gebracht, waarbij de opgeëiste persoon en een tolk Tsjechische taal worden opgeroepen.
Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De rechtbank baseert zich op relevante artikelen uit de Overleveringswet en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.