De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 november 2024 de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Tsjechische justitiële autoriteit. Het EAB betreft een verdachte die wordt verdacht van handel in methamfetamine in Tsjechië in de periode januari tot en met november 2019.
De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en de rechtbank oordeelde dat het EAB voldoende duidelijkheid biedt over de verdenking en voldoet aan de vereisten van de Overleveringswet, waaronder het specialiteitsbeginsel. De verdachte verscheen niet, maar was vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw.
Gezien het lopende strafrechtelijk onderzoek en de wens om gelijktijdig met een gerelateerde zaak einduitspraak te doen, besloot de rechtbank het onderzoek ter zitting te heropenen en te schorsen voor onbepaalde tijd. Een nieuwe zitting is gepland uiterlijk op 10 december 2024, waarbij de verdachte en een tolk worden opgeroepen.
Tegen deze tussenuitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.