Leisure International Nederland B.V. is eigenaar van het Marriott Hotel te Amsterdam en verhuurt sinds 2004 een winkelruimte aan [gedaagde], die daar een souvenirwinkel exploiteert. Leisure heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik, omdat zij de winkelruimte en een naastgelegen vergaderruimte wil samenvoegen en renoveren om de lobby van het hotel te vergroten en te moderniseren.
[gedaagde] heeft de opzegging betwist en aangevoerd dat er geen noodzaak is voor de uitbreiding, dat gasten geen klachten hebben over ruimtegebrek en dat de coronacrisis het gebruik van extra ruimte overbodig maakt. Leisure heeft toegelicht dat de lobby niet past bij het luxe karakter van het hotel en dat de renovatie de uitstraling en functionaliteit zal verbeteren, ook met het oog op toekomstig herstel na de pandemie.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de renovatieplannen voldoende aannemelijk maken dat het dringend eigen gebruik duurzaam is en dat alternatieve oplossingen voor de souvenirwinkel niet beschikbaar zijn. Een belangenafweging leidt tot het oordeel dat het bedrijfseconomische belang van Leisure zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde].
De huurovereenkomst wordt daarom beëindigd per 1 juni 2021, met een verplichting voor [gedaagde] om de winkelruimte uiterlijk op die datum te ontruimen. De proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.