Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Kraków, III Criminal Division,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
remandregime in Polen terechtkomen. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd teneinde te onderzoeken of dit reële gevaar - al dan niet met een individuele detentiegarantie - voor de opgeëiste persoon kan worden weggenomen en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om de in de tussenuitspraak geformuleerd vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen..
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Tussenuitspraak 2 mei 2024
4.Artikel 11 OLW Pro
remand regimein Polen terechtkomen. Bij tussenuitspraak van 5 november 2024 is bovendien vastgesteld dat voor de opgeëiste persoon ook een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten. Ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW heeft de rechtbank een redelijke termijn van 30 dagen vastgesteld, waarbinnen door een wijziging van omstandigheden het bij tussenuitspraak van 5 november 2024 vastgestelde individuele gevaar ten aanzien van de opgeëiste persoon nog kan worden weggenomen.
the National Prosecutor’s Office in Polandnaar aanleiding van de tussenuitspraak van 7 november 2024 nogmaals aanvullende informatie verstrekt. In de brief wordt vermeld:
the National Prosecutor’s Office in Polandtenslotte nog het volgende laten weten:
- Go to the bathhouse,
- for visits with the defence counsel,
- for visits with loved ones,
- phone calls,
- the number of sports, cultural and educational activities the suspect chooses to participate in. This depends on the availability and capacity of the detention centre,
- conversations with a psychologist,
- conversations with an educator,
- discussions with the custody administration,
- participation in religious ceremonies (mass),
- walk - minimum 1 hour.
de rechtbank begrijpt: dient geen gevolg te worden gegeven aan het EAB) vanwege de wijze waarop de meest recente vragen zijn voorgelegd aan de Poolse autoriteiten. Het openbaar ministerie heeft de vragen op zodanige wijze voorgelegd dat de Poolse officier van justitie de antwoorden woord voor woord zou kunnen overnemen, waardoor de betrouwbaarheid van de antwoorden in het gedrang komt. Subsidiair dient de overlevering geweigerd te worden (
zie bovenstaande noot) omdat de Poolse officier van justitie, ondanks de vraagstelling, onvoldoende concreet antwoord geeft op de vraag over het aantal uur dat de opgeëiste persoon buiten zijn cel kan doorbrengen en ook schrijft niet te kunnen garanderen dat de opgeëiste persoon 4 m2 persoonlijke ruimte tot zijn beschikking zal hebben. In essentie houden de Poolse autoriteiten vast aan de eerder gegeven antwoorden, waarvan de rechtbank in de eerdere tussenuitspraken heeft geoordeeld dat die onvoldoende waren.
European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment(CPT) van 22 februari 2024 (p. 25). De reactie van de Poolse autoriteiten op het CPT-rapport baarde in dit verband aanvullende zorgen. Die reactie hield namelijk in (p. 32):
“Being outside of the living cell, participating in activities and organized recreation are important factors in the prevention of the negative effects of isolation in a prison. It must be emphasized, however, that pretrial detention, due to its purpose, involves the necessity of rigorous isolation, the hardship of which is difficult to eliminate.”
will take all measures to ensure that suspects are detained in larger residential cells”. De rechtbank leest hier – wederom – alleen een inspanningsbelofte in en geen garantie. Zoals overwogen in de tussenuitspraak van 7 november 2024 gaat de rechtbank er dan ook nog steeds vanuit dat de opgeëiste persoon over tussen de 3 m2 en 4 m2 zal beschikken.
remand regimein Polen, omdat sprake is van slechte materiële omstandigheden bij een persoonlijke levensruimte tussen 3 m2 en 4 m2. Die slechte materiële omstandigheden bestaan met name uit het feit dat uit het CPT-rapport blijkt dat voorlopig gehechten 23 uur per dag op cel zitten. De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 26 juni 2024 in het kader van het onderzoek naar de vraag of er gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten onder meer gevraagd (in vraag 3) hoeveel uur per dag de opgeëiste persoon minimaal buiten zijn cel zou verblijven indien hij ervoor kiest deel te nemen aan alle aangeboden activiteiten.
a general rule” en dat de opgeëiste persoon “
around” 2,5 tot 3 uur per dag buiten zijn cel zou mogen doorbrengen. Door het gebruik van deze termen is geen sprake van een harde garantie. Daarbij komt dat de hoeveelheid tijd die de opgeëiste persoon kan besteden aan activiteiten buiten de cel afhankelijk is van de beschikbaarheid in en de capaciteit van het detentiecentrum. De meermaals concreet gestelde vraag in samenhang bezien met het onvoldoende concrete antwoord leidt de rechtbank tot de conclusie dat het vastgestelde individuele gevaar voor de opgeëiste persoon niet is weggenomen.