Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 november 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het plegen van ontucht met zijn minderjarig stiefkind in 2019 en/of 2020. Het ten laste gelegde betrof onder meer het knijpen in de borsten en billen van het slachtoffer en het vragen om haar zijn geslachtsdeel vast te pakken.
De officier van justitie vorderde integrale vrijspraak omdat de verklaring van het slachtoffer niet werd ondersteund door ander bewijs, waardoor het wettelijk bewijsminimum niet was gehaald. De verdediging betoogde eveneens dat de verklaring onbetrouwbaar was door tegenstrijdigheden en een mogelijk motief vanwege een conflict binnen de familie.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was omdat de verklaring van het slachtoffer niet werd ondersteund door ander bewijs uit een onafhankelijke bron. Het wettelijk bewijsminimum werd daardoor niet gehaald, wat leidde tot vrijspraak van verdachte. De vordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard en partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van voldoende ondersteunend bewijs naast de verklaring van het slachtoffer.