De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het gewoontewitwassen van de geldbedragen € 453.958,18 en € 42.100,-.
3.3.1.Het gewoontewitwassen
Om tot een bewezenverklaring van witwassen te komen moet wettig en overtuigend worden bewezen dat de op de tenlastelegging genoemde geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn, dat verdachte dit wist of redelijkerwijs moest vermoeden, en dat hij die geldbedragen voorhanden heeft gehad.
Het voorhanden hebben van de geldbedragen
De rechtbank stelt vast dat verdachte de tenlastegelegde geldbedragen voorhanden heeft gehad.
Het witwasvermoeden
Op basis van het dossier kan geen specifiek misdrijf worden vastgesteld waaruit de geldbedragen afkomstig zijn. Ook als niet een concreet misdrijf aan te wijzen valt, kan onder omstandigheden worden bewezen dat in dit geval de geldbedragen van misdrijf afkomstig zijn. Er moet dan sprake zijn van een witwasvermoeden op basis van de feiten en omstandigheden waaronder de geldbedragen zijn aangetroffen. Als dat vermoeden er is, is het aan verdachte om een verklaring te geven over de legale herkomst van de geldbedragen. Die verklaring moet concreet zijn, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Als de verklaring van verdachte daaraan voldoet, is het openbaar ministerie aan zet om nader onderzoek naar de herkomst van de geldbedragen te doen.
Verdachte is als verdachte van witwassen in beeld gekomen in een onderzoek naar de financiële situatie van medeverdachte [naam verdachte] . Naar aanleiding hiervan is ook de financiële situatie van verdachte en zijn vennootschappen in kaart gebracht. Daaruit is gebleken dat in de tenlastegelegde periode contante stortingen ter hoogte van € 453.958,18 en € 42.100,- zijn gedaan op de bankrekeningen van verdachte en zijn vennootschappen, terwijl deze contante geldbedragen niet afkomstig kunnen zijn uit de legale inkomsten en vermogens van verdachte en zijn partner. De individuele stortingen waren telkens van een aanzienlijk bedrag, oplopend tot in de duizenden euro’s. Kort nadat de contante stortingen waren gedaan, werd een gedeelte daarvan geheel of grotendeels overgemaakt naar een bankrekening van een andere vennootschap binnen de holding. Verder bestonden de contante gestorte geldbedragen onder andere uit 117 biljetten van € 500,- Het is een feit van algemene bekendheid dat deze coupure nagenoeg uitsluitend (nog) in het criminele circuit wordt gebruikt. Voornoemde omstandigheden rechtvaardigen een vermoeden van witwassen. Daarom mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van de geldbedragen.
De verklaring van verdachte
In het politieverhoor van 30 juni 2022 heeft verdachte maar een paar vragen over de contante stortingen beantwoord, waarna op initiatief van zijn raadsman het verhoor werd afgebroken. Er werd afgesproken om het verhoor op een ander moment voort te zetten. Dit vervolgverhoor heeft echter niet plaatsgevonden. Vanaf medio november 2024 heeft de rechtbank de schriftelijke verklaring van verdachte en stukken ter onderbouwing daarvan, ontvangen. Ook heeft verdachte ter zitting van 29 november 2024 een verklaring afgelegd. Voornoemde verklaringen houden het volgende in.
Verdachte heeft verklaard dat de contante geldbedragen afkomstig zijn uit betalingen door klanten van zijn vennootschappen, leningen, schenkingen, betalingen voor de verhuur van zijn woning, verkoop van een bedrijfspand en inkomsten uit extra werkzaamheden en nevenhandeltjes. Ter onderbouwing daarvan heeft verdachte een lijst (productie 22) overgelegd waarin de contante ontvangsten zijn opgenoemd. Daarbij zijn stukken overgelegd die de contante ontvangsten op die lijst moeten onderbouwen. Verder is volgens verdachte het bezit van biljetten van € 500,- niet ongebruikelijk in het betalingsverkeer in Nederland en Spanje, omdat daarmee in Spanje nog steeds kan worden betaald en de biljetten door de banken worden uitgegeven. Verdachte heeft meerdere keren contante geldbedragen, bestaande uit onder andere grote coupures, meegenomen vanuit Spanje naar Nederland. Daarnaast stelt verdachte zich op het standpunt dat het niet aan hem is te wijten dat de verklaring en de stukken enigszins laat zijn verstrekt, omdat verdachte pas kort geleden door het openbaar ministerie op de hoogte is gebracht van de tenlastegelegde verdenking.
Het oordeel van de rechtbankDe rechtbank is van oordeel dat het vermoeden van witwassen niet door de verklaring van verdachte wordt weerlegd, omdat de verklaring niet concreet is en daardoor evenmin verifieerbaar. De rechtbank is voorts van oordeel dat de verklaring niet aan het criterium voldoet dat zij op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk dient te zijn. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Verdachte heeft gesteld dat de legale herkomst van de contante stortingen is te verklaren door contante ontvangsten uit verschillende bronnen. Ter onderbouwing daarvan heeft hij stukken overgelegd. De overgelegde stukken zijn, naar het oordeel van de rechtbank, onvolledig. Er zijn geen kasboeken of -administratie overgelegd waaruit zou kunnen volgen dat de vennootschappen van verdachte voor werkzaamheden contante betalingen hebben ontvangen. Daarnaast is onduidelijk op welke wijze en onder welke voorwaarden de diverse beweerdelijke leningen tot stand zijn gekomen, op welke manier de beweerdelijke schenkingen zijn gedaan en hoe de handels- en geldstromen met betrekking tot de diverse nevenhandeltjes zijn gelopen. Daarnaast is ook niet uit enige rekening-courantverhouding of op anderen wijze duidelijk geworden waarom verdachte ontvangsten voor de huur van zijn woning op de zakelijke bankrekeningen heeft gestort, terwijl dit privé inkomsten zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is bovendien niet gebleken van een relatie tussen de ontvangen contante geldbedragen, die op de lijst (productie 22) zijn weergegeven, en de contante geldbedragen die verdachte voorhanden heeft gehad en op diverse zakelijke bankrekeningen heeft gestort. Al met al, zijn de overgelegde stukken alles behalve verhelderend en roepen deze meer vragen op bij de rechtbank dan zij beantwoorden.
Verder neemt de rechtbank in haar overweging mee dat verdachte pas in een zeer laat stadium is gekomen met zijn verklaring over de herkomst van de contante geldbedragen, terwijl hij daartoe veel eerder gelegenheid heeft gehad. Het verhoor van verdachte van 30 juni 2022 werd op initiatief van de verdediging gestaakt toen er vragen over de contante geldbedragen werden gesteld. Medio juli 2022 werd door het onderzoeksteam contact gezocht met de raadsman om een afspraak te maken voor een nader verhoor, maar werd door de raadsman aangegeven dat het niet zinvol was verdachte uit te nodigen, omdat hij zich ten aanzien van alle nadere vragen op zijn zwijgrecht zou beroepen. De concepttenlastelegging, gelijkluidend aan de tenlastelegging die thans voorligt, heeft de raadsman evenmin aanleiding gegeven om in regiefase nader onderzoek te verzoeken, zoals bijvoorbeeld een verhoor van verdachte.
Bij deze stand van zaken concludeert de rechtbank dat een criminele herkomst de enige verklaring is, nu het witwasvermoeden niet door verdachte is weerlegd. Onder bovenvermelde omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat verdachte ook wist dat de geldbedragen van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank acht in het licht van het voorgaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.
Gewoonte
Het witwassen heeft plaatsgevonden over een lange periode en door middel van zeer frequente transacties. Daarom kan naar het oordeel van de rechtbank ook bewezen worden dat verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.