ECLI:NL:RBAMS:2024:841

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 februari 2024
Publicatiedatum
16 februari 2024
Zaaknummer
13/323340-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens fraude

De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 februari 2024 de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Hannover, Duitsland, gericht op de overlevering van een persoon geboren in 1991 zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Het EAB betreft strafbare feiten die onder de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet vallen, specifiek fraude met mogelijke schade aan de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen. De feiten zijn strafbaar gesteld met een gevangenisstraf van ten minste drie jaar volgens Duits recht, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft.

De raadsman van de opgeëiste persoon verzocht om aanhouding van de procedure vanwege een vermeende deal met de Duitse officier van justitie en de medische situatie van diens dochter. De rechtbank verwierp dit evenredigheidsverweer wegens gebrek aan concrete onderbouwing en bijzondere omstandigheden.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet, geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering toegestaan moet worden. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 15 februari 2024 en is niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe wegens fraude.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/323340-23
Datum uitspraak: 15 februari 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 8 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 november 2023 door het Kantongerecht (
Amtsgericht) Hannover, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1991,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 februari 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel met het oog op voorarrest van het Kantongerecht (
Ambtsgericht) Hannover, van 11 oktober 2023, met dossiernummer 213 Ds 9337 Js 38491/22 (92/93).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 8, te weten:
fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Evenredigheid

Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden. De opgeëiste persoon stelt dat hij eerder een deal met de Duitse officier van justitie heeft gesloten, maar het is de raadsman nog niet gelukt om stukken ter onderbouwing te verkrijgen. Verder dient de dochter van de opgeëiste persoon een operatie te ondergaan, hetgeen de opgeëiste persoon wenst af te wachten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat nu nog geen begin van onderbouwing is geleverd, de behandeling van de zaak niet hoeft te worden aangehouden. Bovendien staat een dergelijke deal niet aan overlevering in de weg.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Voor zover dit verweer begrepen moet worden als een evenredigheidsverweer verwijst de rechtbank naar haar eerder bij uitspraak van
4 maart 2009 [4] gegeven oordeel, dat gelet op de stelselevenredigheid van het Kaderbesluit een beroep op de onevenredigheid van een EAB slechts onder bijzondere omstandigheden kan slagen. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is niet gebleken. De stellingen van de opgeëiste persoon over een deal met de Duitse officier van justitie zijn niet onderbouwd en hoewel de rechtbank in het algemeen oog heeft voor de zorgen die de opgeëiste persoon als vader voor zijn dochter heeft, is niet concreet gemaakt of en wanneer de operatie van de dochter van de opgeëiste persoon zou plaatsvinden en of de afwezigheid van de opgeëiste persoon daarbij tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. De rechtbank ziet in dit verband geen redenen om de overlevering te weigeren of de behandeling aan te houden.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]het Kantongerecht (
Amtsgericht) Hannover, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en A.W.T. Klappe, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 februari 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.