Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
2.Beschuldiging
3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
4.Beslissing
niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte in de zaak met parketnummer 13/689056-19 (compas).
Rechtbank Amsterdam
Verdachte werd beschuldigd van oplichting in de periode van 23 juli tot en met 8 augustus 2018, waarbij een bedrag van € 88.000,- zou zijn verkregen. De zaak werd aanvankelijk ingediend onder een compas-parketnummer, maar door een overstap naar het GPS-systeem werd een nieuw parketnummer toegekend. Door technische problemen kon het oorspronkelijke parketnummer niet worden gesloten, waardoor beide nummers tegelijkertijd aanhangig waren.
De rechtbank constateerde dat het OM de zaak met het compas-parketnummer wilde beëindigen, maar dat dit niet was gelukt. Omdat het inhoudelijk om hetzelfde feit ging en verdachte niet twee keer voor hetzelfde feit kan worden vervolgd, oordeelde de rechtbank dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging.
De uitspraak werd gedaan na een terechtzitting op 4 december 2024, waarbij zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten konden toelichten. De rechtbank wees het verzoek van het OM af en verklaarde de vervolging niet-ontvankelijk, waarmee de procedure werd beëindigd.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte wegens dubbele vervolging voor hetzelfde feit.