De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Frankrijk voor de overlevering van een Nederlandse verdachte. Tijdens de procedure werd uitgebreid onderzoek gedaan naar de detentieomstandigheden in de penitentiaire inrichting Bois d’Arcy, waar de verdachte waarschijnlijk zou worden gedetineerd.
De rechtbank stelde vast dat er een reëel gevaar bestaat op onmenselijke en vernederende behandeling in deze inrichting. Ondanks verzoeken kon de Franse autoriteit niet garanderen dat de verdachte minimaal drie vierkante meter individuele ruimte zou krijgen, noch dat hij in een andere inrichting geplaatst zou worden.
De beslistermijn voor het nemen van een beslissing werd meerdere malen verlengd, maar uiteindelijk bleek deze termijn te zijn verstreken. Hierdoor bestond geen grond meer voor overleveringsdetentie. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van garanties besloot de rechtbank geen gevolg te geven aan het EAB.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en is onherroepelijk. De rechtbank bevestigde dat de overleveringsdetentie is geëindigd en dat het EAB niet wordt uitgevoerd vanwege artikel 11, eerste lid, van de Overleveringswet.