ECLI:NL:RBAMS:2024:8810
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot goedkeuring afwijkende bedingen in huurovereenkomst bedrijfsruimte
Verhuurster en huurster hebben gezamenlijk verzocht om goedkeuring van afwijkende bedingen in hun huurovereenkomst, waarin is afgesproken dat de huurovereenkomst voor een vaste periode van tien jaar geldt met een einde van rechtswege, zonder mogelijkheid tot verlenging of wettelijke bescherming voor de huurder.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter vastgesteld dat de huurder slechts één vestiging heeft met vijf personeelsleden, waardoor haar maatschappelijke positie niet zodanig sterk is dat zij de wettelijke bescherming niet nodig heeft. De afwijkende bedingen tasten de rechten van de huurder wezenlijk aan, en de door verhuurster aangevoerde flexibiliteitswens is onvoldoende concreet en zwaarwegend om de afwijking te rechtvaardigen.
De kantonrechter concludeert dat de wettelijke bescherming van de huurder niet zonder meer kan worden opgeheven en wijst het verzoek om goedkeuring van de bedingen af. De kosten van de procedure komen voor rekening van verhuurster, zodat geen kostenveroordeling wordt uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om goedkeuring van de afwijkende bedingen in de huurovereenkomst wordt afgewezen.