De rechtbank Amsterdam behandelde de ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen veroordeelde, die was veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen met gebruik van valse sleutels. De diefstal vond plaats in de periode van 2 tot en met 3 januari 2023, waarbij een bedrag van €17.404,99 werd weggenomen.
De officier van justitie vorderde een ontnemingsbedrag van €3.929,16, gebaseerd op het ontnemingsrapport en de verdeling van de opbrengst tussen vier veroordeelden. De verdediging stelde dat het voordeel gematigd moest worden tot €2.000,00 of maximaal €2.900,00, verwijzend naar verklaringen over de verdeling van de buit.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende concrete aanknopingspunten aanwezig waren om het voordeel per veroordeelde precies vast te stellen. Daarom werd het wederrechtelijk verkregen voordeel gelijk verdeeld over de vier veroordeelden. Dit resulteerde in een ontnemingsbedrag van €3.512,49 voor veroordeelde, dat aan de Staat moet worden betaald. De rechtbank stelde ook vast dat geen kosten waren gemaakt door veroordeelde in verband met het feit.