Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Kielce, III Criminal Division,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Polen voor een persoon zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De eerste zitting vond plaats op 24 november 2020, waarbij de opgeëiste persoon en zijn raadsman niet verschenen. De behandeling werd geschorst vanwege prejudiciële vragen over de toepassing van artikel 12 van Pro de Overleveringswet.
Op 25 januari 2024 werd de behandeling hervat, wederom zonder aanwezigheid van de opgeëiste persoon en zijn raadsman. De rechtbank constateerde dat de wettelijke beslistermijn was verstreken, waardoor geen grondslag meer bestond voor gevangenhouding. De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk omdat het EAB door de uitvaardigende autoriteit was ingetrokken.
De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tevens stelde de rechtbank vast dat de overleveringsdetentie was geëindigd. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard vanwege intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.