Eiser, geboren in 1975, vroeg op 20 december 2022 een Wajong-uitkering aan. Verweerder wees deze af omdat eiser op zijn achttiende verjaardag niet in Nederland of een EU/EER-land woonde. Eiser betoogde dat hij vanwege de Bijlmerramp met zijn gezin noodgedwongen tijdelijk naar Curaçao was vertrokken, maar dat zijn band met Nederland niet was verbroken.
De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 1987 in Nederland woonde en dat het gezin op 26 februari 1992 in Amsterdam stond ingeschreven. Na de Bijlmerramp op 4 oktober 1992 vertrok het gezin op advies van hulpverleners op 15 februari 1993 naar Curaçao. Eiser was toen minderjarig en wilde zelf niet vertrekken. Het gezin keerde ruim voor de eerste herdenking van de ramp op 4 oktober 1993 terug naar Nederland, waarbij eiser op 11 oktober 1993 weer in Amsterdam werd ingeschreven.
De rechtbank concludeerde dat het verblijf op Curaçao tijdelijk en noodgedwongen was en dat de duurzame band met Nederland niet was verbroken. Daarom was eiser op zijn achttiende verjaardag ingezetene van Nederland in de zin van de Wajong. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser te vergoeden.