ECLI:NL:CRVB:2012:BX5908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Wajong-uitkering wegens niet-ingezetenschap
Appellante, geboren in 1987, vroeg een Wajong-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat zij op haar 17e verjaardag geen ingezetene van Nederland was, aangezien zij lange tijd in het buitenland had gewoond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ondanks verblijf in het buitenland altijd ingezetene van Nederland was gebleven, mede vanwege haar Nederlandse nationaliteit, sociale contacten en medische behandeling in Nederland. De Raad toetste dit aan de hand van arresten van de Hoge Raad over het begrip ingezetenschap en concludeerde dat appellante Nederland metterwoon had verlaten en op haar 17e verjaardag geen duurzame persoonlijke band met Nederland had.
Hoewel het UWV terecht tot het oordeel kwam dat appellante geen ingezetene was, was de motivering onjuist. Daarom vernietigde de Raad het besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond en handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.