Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] (Curaçao), eiser
de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
Samenvatting
1 april 2021 toegekend moeten worden. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
Procesverloop
1 april 2023. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van
6 mei 2025 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard en de toekenning per
1 april 2023 in stand gelaten.
Beoordeling door de rechtbank
1 april 2021.
- indien de belanghebbende door een niet aan hem toe te rekenen oorzaak niet in staat was tijdig een aanvraag in te dienen of te laten indienen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een uitkeringsgerechtigde aannemelijk maakt dat hij de aanvraag te laat heeft ingediend als gevolg van een geestelijke stoornis, een zware lichamelijke handicap of onvoldoende basisvaardigheden;
- indien de belanghebbende onbekend was met zijn mogelijke recht op uitkering en deze onbekendheid verschoonbaar was.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.S.A. Adriaanse, griffier.