ECLI:NL:RBAMS:2025:10057
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Verstekvonnis in consumentenzaken over uitvaartovereenkomst en oneerlijk rentebeding
De zaak betreft een vordering van een uitvaartonderneming tegen een consument die de factuur voor een uitgevoerde uitvaart niet heeft betaald. De consument verscheen niet, waarna verstek werd verleend. De rechtbank toetste ambtshalve de overeenkomst aan het consumentenrecht, waaronder de informatieplichten en de Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen.
De overeenkomst werd telefonisch gesloten en schriftelijk bevestigd, waarbij algemene voorwaarden van toepassing waren. De rechtbank stelde vast dat de uitvaartonderneming vrijwel aan alle informatieplichten had voldaan, maar het ontbindingsrecht niet had vermeld. Dit recht is wel van toepassing, maar de rechtbank zag geen reden voor een sanctie.
Het rentebeding in de algemene voorwaarden, dat een rente van 1,5% per maand voorschreef, werd als oneerlijk beoordeeld omdat het rentepercentage disproportioneel hoog was zonder geldige rechtvaardiging. Hierdoor kon de uitvaartonderneming geen aanspraak maken op contractuele of wettelijke rente. De buitengerechtelijke kosten en proceskosten werden wel toegewezen. De consument werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en proceskosten, met afwijzing van het meer of anders gevorderde.
Uitkomst: Consument veroordeeld tot betaling hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en proceskosten; rentebeding afgewezen als oneerlijk.